Introductie en leiderschapssituaties
Met welke praktijksituaties worstel jij momenteel? Of waar zou je aan willen gaan werken?
Waar je op let
Deze vragen helpen je om jouw drie situaties helder te beschrijven. Ze zijn een geheugensteun; je hoeft ze niet allemaal te beantwoorden.
-
De context en omgeving
- Organisatie: wat typeert jouw organisatie of afdeling? Denk aan een wijkteam met veel contact met inwoners, een beleidsafdeling met veel bestuurlijke druk, een zorgteam dat draait op roosters en protocollen, of een commercieel team dat op cijfers wordt afgerekend.
- Cultuur en sfeer: hoe gaan collega's met elkaar om? Heerst er een angstcultuur, is de werkdruk te hoog, of is er juist sprake van een eilandjescultuur?
-
De kernfiguren en rollen
- Jij als leidinggevende: wat is je formele rol, hoeveel ervaring heb je als leidinggevende en hoe geef je nu leiding: sturend, coachend of juist afwachtend?
- De medewerker(s): wie zijn de betrokkenen, wat is hun expertiseniveau, en hoe gemotiveerd zijn ze? Wat is hun relatie met jou?
-
De aanleiding of het incident
- Het moment: wat is de directe aanleiding van de situatie? Een gemiste afspraak, een meningsverschil in het teamoverleg, een klacht van een cliënt of inwoner, of aanhoudend verzuim?
- Het gedrag: wat werd er concreet gezegd en gedaan? Beschrijf dit zo objectief mogelijk, zonder direct te oordelen.
-
De onderliggende uitdaging
- De kern van het probleem: waar wringt de schoen écht? Een gebrek aan onderling vertrouwen, een onduidelijke rolverdeling, of weerstand tegen een organisatieverandering?
- Belangen en emoties: welke onuitgesproken belangen, frustraties of angsten spelen er mee bij de verschillende partijen?
-
Het doel en de leervraag
- Gewenste uitkomst: wat zou in deze situatie de ideale uitkomst of de gewenste reactie van de leider zijn?
- Concrete leervraag: tegen welk dilemma loop jij specifiek aan? Bijvoorbeeld: "Hoe spreek ik deze senior medewerker aan zonder de motivatie te verliezen?" of "Hoe bewaak ik de grens tussen empathie en prestatie?"
Jouw opdracht
Beschrijf drie leiderschapssituaties uit je eigen praktijk. Deze drie situaties gebruik je in alle volgende video's, dus neem er de tijd voor. Noem geen namen van collega's, cliënten of inwoners; een beschrijving als "een ervaren collega" is genoeg.
Situatie 1 Nog leeg
- De context en omgeving
- De kernfiguren en rollen
- De aanleiding of het incident
- De onderliggende uitdaging
- Het doel en de leervraag
Situatie 2 Nog leeg
- De context en omgeving
- De kernfiguren en rollen
- De aanleiding of het incident
- De onderliggende uitdaging
- Het doel en de leervraag
Situatie 3 Nog leeg
- De context en omgeving
- De kernfiguren en rollen
- De aanleiding of het incident
- De onderliggende uitdaging
- Het doel en de leervraag